Nieuws

Nieuw vanaf 2020: EPC-informatieplicht bij kleine niet-residentiële gebouwen

Het EPC is al meer dan tien jaar verplicht bij de verkoop en verhuur van residentiële gebouwen zoals woningen, appartementen, studio's, ... Vanaf 2020 zal ook bij de verkoop en verhuur van kleine niet-residentiële gebouwen verplicht een EPC aanwezig moeten zijn. Voorbeeldgebouwen die vanaf 2020 over dit EPC zullen moeten beschikken zijn kantoren, handelsruimten, horecazaken, praktijkruimten, B&B ’s en andere niet-residentiële bestemmingen. Het certificaat en de aanbevelingen zijn gelijkaardig aan die bij de residentiële gebouwen en kan opgemaakt worden door een energiedeskundige type A.

Met dit nieuwe EPC wil men aandacht geven aan een belangrijke gebouwengroep waar nog veel energiewinst te halen is. Vlaanderen streeft naar een energiezuinig gebouwenpark tegen 2050, zowel op de woningmarkt als bij de bedrijven en organisaties.

Wat moeten we verstaan onder een klein niet-residentieel gebouw?

Volgende definitie dient hiervoor als basis:

“een gebouweenheid met niet-residentiële en niet-industriële bestemming met een vloeroppervlakte die niet groter is dan 500 m² en waarbij het aaneengesloten geheel van niet-residentiële gebouweenheden binnen eenzelfde gebouw, waarvan de gebouweenheid deel uitmaakt, een vloeroppervlakte heeft die niet groter is dan 1000 m²”.

BESTEMMING

De bestemming is doorslaggevend bij het bepalen welk soort energieprestatiecertificaat er moet worden opgemaakt. Het EPC voor kleine niet-residentieel gebouwen moet worden opgemaakt voor gebouwen en gebouwdelen waarin niet wordt gewoond, zoals kantoren, handelsruimtes, horeca, logeerfuncties en andere bestemmingen.

Industriële en religieuze gebouwen (bijvoorbeeld productiehallen en serres) vallen niet onder dit toepassingsgebied. Ook alleenstaande niet-residentiële gebouwen met een bruikbare vloeroppervlakte tot 50 m² en serres, stallen en werkplaatsen van een landbouwbedrijf hebben geen EPC nodig.

Er wordt steeds gekeken naar de feitelijke toestand. Zo wordt een appartement dat bijvoorbeeld gebruikt wordt als boekhoudkantoor, gezien als een kleine niet-residentiële eenheid.

Voor een appartement dat op het moment van verkoop/verhuur wordt gebruikt als niet-residentiële eenheid is een EPC klein niet-residentieel nodig. Er wordt gekeken naar de laatste feitelijke bestemming. Als het appartement dus bvb. gebruikt werd als praktijkruimte is een EPC klein niet-residentieel hier nodig, ook al wordt het verkocht als appartement.

OPPERVLAKTEGRENS

Voor een EPC van klein niet-residentieel vastgoed moet je rekening gehouden met volgende oppervlaktegrenzen;

De bruikbare vloeroppervlakte van het gebouw of het gebouwdeel is niet groter dan 500 m²;
Als het gaat over een gebouwdeel dat deel uit maakt van een groot niet-residentieel gebouw, mag de bruikbare vloeroppervlakte van het volledige gebouw niet groter zijn dan 1000 m².
Het tweede luik binnen de definitie werd speciaal opgenomen om te vermijden dat kleine eenheden, bijvoorbeeld binnen een groot kantoorgebouw of winkelcentrum, ook als klein niet-residentieel worden behandeld.

Bijvoorbeeld, een kledingwinkel in een winkelstraat met een bruikbare vloeroppervlakte van 90 m² heeft een EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen nodig bij verkoop of verhuur. Een kledingwinkel van dezelfde grootte in een groot winkelcentrum valt echter niet onder het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen, omdat het winkelcentrum een oppervlakte heeft die groter is dan 1000 m².

Als er in het gebouw zowel residentiële als niet-residentiële bestemmingen aanwezig zijn, wordt er gekeken naar de gezamenlijke bruikbare vloeroppervlakte van de aaneengesloten niet-residentiële gebouwdelen. Raadpleeg hiervoor je energiedeskundige.

Het onderscheid op basis van de oppervlakte van het niet-residentiële gebouw wordt gemaakt omdat bij grotere gebouwen de opbouw, de installaties en gebruikte (bouw)technieken complex en uniek kunnen zijn, wat een andere aanpak en methodiek vraagt. Op termijn zal ook het EPC voor grote niet-residentiële gebouwen verplicht worden.

Rekenmethodiek

De regeling voor kleine en niet-residentiële gebouwen is nagenoeg dezelfde als de regeling voor residentiële panden. De rekenmethodiek zal bijgevolg quasi-identiek zijn aan die voor het EPC van residentiële gebouwen.

Het EPC kleine niet-residentiële eenheden kan vanaf 2020 eveneens opgemaakt worden door een energiedeskundige type A. Net zoals op het EPC voor woongebouwen, krijgt men een label van A+ (zeer energiezuinig) tot F (zeer energieverslindend).

Het EPC voor kleine niet-residentiële gebouwen geeft aanbevelingen om te komen tot een energiezuinige renovatie. Ook verlichting krijgt hierbij aandacht. In een overzichtelijk stappenplan worden de meest prioritaire werken getoond. De bijhorende verbetering van het label wordt na de tabel weergegeven. In tegenstelling tot het EPC voor woningen worden in dit EPC geen prijsindicaties berekend voor de aanbevelingen

Publiciteitsverplichting

De advertentieplicht voor het EPC klein niet-residentieel is dezelfde als deze voor het EPC voor woningen en appartementen.

Het EPC moet aanwezig zijn vanaf het moment dat de woning of het klein niet-residentieel gebouw te koop of te huur wordt aangeboden. Vanaf het moment dat een bord te koop of te huur wordt geplaatst of via een website te koop of te huur wordt gesteld moet er dus een EPC beschikbaar zijn. Het opnemen van een formulering ‘EPC in aanvraag’ is strikt verboden en strijdig met de EPC-informatieplicht. Voor het EPC van residentiële gebouwen is sinds 1 januari 2012 de vermelding van de EPC-score tevens verplicht in alle advertenties, samen met het adres of de unieke code. Voor de EPC’s die opgemaakt zijn sedert 1 januari 2019 beschikt men over de keuze tussen de EPC-score en het label (A+ tot F). Één van beide volstaat.

Voor het EPC van kleine niet-residentiële gebouwen wordt er sterk aangeraden om het label te adverteren i.p.v. de EPC-score. De energiescore is immers afhankelijk van de bestemming. Met een bepaalde bestemming gaan immers vaak specifieke noden gepaard. Zo zal bijvoorbeeld een restaurant meer sanitair warm water verbruiken dan een kantoor. Aannames voor de specifieke behoeften voor verwarming, koeling, sanitair warm water, ventilatie en verlichting per bestemming worden ingerekend in de energiescore.

Bron: CIB web.